skip to Main Content
   
Direct contact met onze specialisten   072 303 0009
toegankelijkheid

Routegeleiding informatie

Een goede routegeleiding d.m.v. geleidelijnen en noppen mag in een modern gebouw niet meer ontbreken

Routegeleiding

PBTconsult B.V. specialist op het gebied van toegankelijkheid, heeft in de afgelopen jaren samen met de Oogvereniging een systeem ontwikkeld waarin de vormgeving en plaats van de lijnen is vastgelegd zodat deze op universele wijze zowel tactiel als visueel vind- en volgbaar zijn. Ook de beslispunten (de plekken in de lijnen waar de gebruikers van deze lijnen beslissingen moeten nemen of informatie over bijvoorbeeld een gevaarlijk punt kunnen “lezen”) die in de lijnen zijn opgenomen zijn gestandaardiseerd. Deze richtlijnen zijn vastgelegd in het document “Ontwerprichtlijnen voor het ontwerpen van gids- en geleidelijnen in het openbaar domein, gebouwen, OV- knooppunten en haltes”…  In Nederland gebruikt PRORAIL de richtlijnen voor de herinrichting en verbetering van de toegankelijkheid van de stations. Hiermee is een grote stap gezet naar standaardisatie in het toepassen van geleidelijnen in Nederland.

Routegeleiding uitgangspunten

Mensen met een visuele beperking zijn voor hun oriëntatie in meer of mindere mate afhankelijk van duidelijke en eenduidige geleiding. In de openbare ruimte bestaat deze geleiding vooral uit gidslijnen, geleidelijnen en noppen. Mats+Profiles werkt nauw samen met het Franse Romus specialist op onder andere het gebied van hoogwaardige  podotactiele geleidelijnen en waarschuwingsnoppen.

Mats+Profiles,  levert, adviseert en beschikt over een eigen installatie team. Neem voor informatie contact met ons op.

Op deze pagina vindt u informatie over het uitzetten van een route bij uw gebouwen. Naast de adviezen van Romus  over het aanbrengen van de begeleidingslijnen  volgende we  het rapport “Oriëntatieversie ontwerprichtlijnen routegeleiding” opgesteld door PBTconsult BV.

Tevens is er door het rijk een actieplan opgesteld met diverse betrokken partijen gevat in een kamerbrief : ”  Afspraken voor betere toegankelijkheid van gebouwen”

Het actieplan volgt uit het VN-verdrag over de rechten van mensen met een beperking dat in 2016 door Nederland is geratificeerd. Het verdrag moet de positie van mensen met een beperking verbeteren, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werk, openbaar vervoer en onderwijs. Minister Ollongren voert met het actieplan ook de motie Volp uit. Die vroeg met voorrang een actieplan voor de toegankelijkheid van gebouwen op te stellen.

bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/01/18/afspraken-voor-beterere-toegankelijkheid-van-gebouwen

Aandachtspunten routegeleiding

CONTRAST

Voor een gemakkelijke oriëntering , moet de gangaanduiding visueel en tactiel contrasterend zijn ( 70 % verschil tussen de ondergrond en de gangaanduiding). Iedere kleur heeft een lichtreflectiewaarde. De contrastwaarde is het verschil tussen twee lichtreflectiewaarden.

IMPLANTATIE VAN GELEIDINGSRAILS met 3 RIBBEN

Worden steeds per 2 paralelle modules geplaatst om botsingen te vermijden in grote Openbare Gebouwen (Treinstation, luchthaven,….)
Laat een ruimte van 37 tot 50 cm tussen de 2 modules en 1.40 m obstakel vrij. Voor verdere instructies zie hieronder.

IMPLANTATIE VAN GELEIDINGSRAILS met 4 RIBBEN

Worden per enkele strook geplaatst , laat tussen elke strook van 1 meter een waterafvoerruimte van max. 3 cm.
Om detecteerbaar te zijn moet de geleiding langer dan 2 meter zijn.
De rail moet obstakelvrij zijn op een breedte van min 1.40 m
De laatste geleidingsrail stopt op 70 cm van het eindpunt, zodat de persoon de tijd heeft om te stoppen nadat hij of zij het einde van de strook heeft opgemerkt.
Bij voorkeur worden richtingswijzigingen van 90° en 45 ° gebruikt.
Bij het kruisen, moet men een leeg vierkant van 70 cm laten.

AANKOMST BIJ EEN TRAP

De rails worden loodrecht geplaatst op de tegel of de podotactiele spijkers en op de plaats van handleuningen Algemene regel: de rails leiden naar de handleuningen aan de rechterkant. Voor dubbele trappen (opgaand – dalend ) de rail leiden naar de handleuning in het midden.

AANKOMST BIJ EEN DEUR

Voor deuren met handopening : de rail positioneren naar de kant van het handvat.
Voor deuren met automatische opening : de rail in het midden positioneren.
In elk geval, de geleiding stopt op 1 meter van de deur om de persoon de tijd te geven om te stoppen.

Verschillende type oplossingen

Eigenschappen op een rij

  • Rechte lijnen
  • Geen obstakels
  • Contrast in hoogte
  • Contrast in kleur

1) Geleidelijnen

Het is voor de hand liggend maar kijk kritisch of er obstakels zijn in de route.  Een principe afspraak is dat een geleidelijn altijd veilig is. Vrij van obstakels, links en rechts 60 cm van de lijn en geen overhangende delen lager dan 230 cm.

Vorm:

  • Strook met ribbels
  • Duidelijk waarneembare (tactiel en visueel) lijn in de bestrating / vloerafwerking
  • Kleur van de geleidelijnen bij voorkeur wit

Detaillering:

  •  Geleidelijn breedte: 300mm of 600mm
  • 300mm lijn:
    • 4 stuks trapeziumvormige ribbels of 6-7 sinusvormige ribbels over de breedte van de strook
    • hoogte van de ribbels: 3-5mm, afhankelijk van type ribbels en aansluitende bestrating/ bevloering (zie tabel bij overzicht ribbelvormen)
  • 600mm lijn:
    • 8 – 10 ribbels of 12/14 sinusvormige ribbels over de breedte van de strook
    • hoogte van de ribbels: 3-5mm, afhankelijk van type ribbels en aansluitende bestrating/ bevloering (zie tabel bij overzicht ribbelvormen)
  • Breedte en vorm van de ribbels afhankelijk van de breedte van de geleidelijn en het aantal ribbels: ca. 10-30mm
  • Indien onderbrekingen t.b.v. afvoer water/vuil nodig dan:
    • lengte ribbel: 200 – 600mm
    • onderbreking ribbel t.b.v. afwatering ca. 10-30mm per 600mm
  • Richting van de ribbels: looprichting
  • Minimum lengte voor (een deel van) een geleidelijn is 1.800mm
  • Minimum afstand tussen twee attentievlakken is 3.000mm

bron: “Oriëntatieversie ontwerprichtlijnen routegeleiding” opgesteld door PBTconsult BV.

2) Waarschuwingsnoppen

Waarschuwingsmarkeringen worden uitsluitend op die plaatsen aangebracht waar een gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, zoals bij:
Trappen (bovenaan) , Oversteekplaatsen, Beëindiging van een geleidelijn zonder dat aansluitend op de geleidelijn een gidslijn kan worden gevolgd.

Verder kunnen de waarschuwingsnoppen worden gebruikt om een attentie vlak te creëren voor bijvoorbeeld objectmarkering (voor de gebruiker relevantie informatie / handeling).

Vorm:

  • Noppen
  • Materiaal dat in kleur en tast kan afwijken van de aanwezige bestrating, e.e.a. afhankelijk van de situatie
  • Kleur van de waarschuwingsmarkering bij voorkeur wit

Detaillering:

  • Noppenvlak: minimaal 600 x 600mm
  • Diepte noppenvlak: 600mm
  • Lengte noppenvlak: variabel (min. 600mm), het hart van de lengte van het vlak ligt altijd in het verlengde van het hart van de geleidelijn
  • Noppen in opliggend reliëf
  • Noppen in een vierkant (othogonaal) rasterpatroon
  • Rastermaat 50-68mm
  • Richting van het rasterpatroon t.o.v. de geleidelijn is voor de waarschuwingsfunctie niet relevant
  • Diameter nop: 25mm
  • Hoogte nop: 5mm

bron: “Oriëntatieversie ontwerprichtlijnen routegeleiding” opgesteld door PBTconsult BV.

waarschuwingsnoppen slechtzienden

Eigenschappen op een rij

  • Voldoende oppervlak min. 600 x 600 mm
  • vrij van obstakels
  • Contrast in hoogte
  • Contrast in kleur

Eigenschappen op een rij

  •  op hout en steen aan te brengen
  •  robuust en geschikt voor rijdend verkeer
  • Geen aanhechting van algen
  • Te gebruiken als ondersteuning in route markering.

3) Antislip

De strips zijn leverbaar in diverse standaardlengtes en worden gebruikt om ongelukken door gladheid te voorkomen. Een afwijkende kleur van de bestaande vloer kan ondersteunend werken voor de routebegeleiding. De antislip strips worden gemonteerd door middel van een polymeer kit of RVS schroeven.

Voor de strips geldt dat ook hierbij een looppad wordt gecreëerd zoals bij de antislip tapes. De platen zijn robuster dan de tapes en coating (en voor rijdend verkeer ook dan de meeste antislip matten). Zo zijn de strips ook geschikt voor toepassingen als: (fiets-)bruggen, steigers, bordessen, houten galerijen, loopdecks, loopbruggen , hellingen, loopplanken, etc.

antislip trap installatie R13 tough Grip

Tevens zijn er trapneuzen en platen te verkrijgen om (buiten) trappen veilig en antislip te maken.
We adviseren om de eerste en de laatste treden altijd te voorzien van een gele markering.

Route geleiding

Eigenschappen op een rij

De trapneuzen moeten voldoen aan de volgende vereisten:

  • Visueel contrasterend zijn ten opzichte van de rest van de trap;
  • Slipbestendig zijn;
  • Vrij van randen zijn vooruitstekend ten opzichte van de aantrede;
  • Geen glimmende afwerking te hebben.

4) Trapneuzen

De aandachtsverhoging van een persoon met beperkt zicht kan worden bereikt met behulp van verschillende middelen of voorzieningen, ondermeer door  een eenvoudige wijziging in de textuur en kleur van de vloerafwerking. Trapneus profielen zijn zo’n een type aandachtsstrook die worden aangebracht op de randen van trappen, opstappen en andere vloerverhogingen. De trapneuzen dienen antislip te zijn en niet glimmend en maken een intergraal onderdeel uit van de routegeleiding.

Trapneus-met-inlage-zwart
trapneus_markering_2393

Direct offerte ontvangen

Bel 072 303 0009 of vul onderstaand formulier in.


Romus informatie video (en)
Back To Top
×Close search
Zoeken

Privacy instellingen

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. In de instellingen kunt u zelf kiezen welke cookies u wilt toestaan of wilt weigeren.

Privacy verklaring | Sluit
Instellingen